vrijdag 16 september 2016

WELLNESS

bjoetie Kees

Bij het Zorghuis worden de bewoners verwend tijdens een wellnessmiddag. De activiteitenbegeleidster geeft schoonheidsbehandelingen en lakt nagels in vrolijk kleurtjes. Pappi vindt het ook fijn om onder handen te worden genomen, maar hij voegt zich natuurlijk niet bij de grijze duifjes, daar is hij te veel kerel voor. Daarom krijgt hij regelmatig een voorkeursbehandeling. Deze keer wordt de lommerrijke patio waar een zacht briesje voor verkoeling zorgt, omgetoverd tot salon.


Q. met originele kappersschort. 
Het ondeugende kuifje wordt later gladgestreken.


Het resultaat mag gezien worden: 
gekortwiekt en de gezichtshuid weer babyzacht.

De ochtend erop hangt Q. aan de lijn. Een warrig gesprek volgt. Als ik hem vraag of iedereen hem ook knap vond met zijn nieuwe look, weet hij niet waar ik het over heb. 'Strijk eens over je bol', zeg ik. 'Dan moet de kapster hier gisteren zijn geweest, maar alles is vaag.' 'Mooi is dat! Maar ik heb je geknipt dus er is bewijsmateriaal!' 'Mag ik een aspro?' [hij bedoelt paracetamol]', polst Q.

REANIMEREN


In het Zorghuis geldt bij een hartstilstand de regel: reanimeren tenzij anders aangegeven. Voor mensen die meer verleden dan toekomst hebben, is het zeker stof tot nadenken. Ik moest de definitieve keuze nog steeds aankaarten bij pappi. We zitten wel op een lijn, maar ik moet het uit zijn mond horen. We bespreken de meest intieme details, maar als je de dood voor je uit probeert te schuiven, zijn er leukere onderwerpen dan de man met de zeis die eerdaags op je deur bonst. Als Q. vrolijk is, wil ik er niet over beginnen, en als hij zich neerslachtig voelt, wil ik hem niet van streek maken.

Wanneer hij zelf aangeeft dat hij niet wil eindigen als iemand die slechts vegeteert of niet meer weet wie hij is, vat ik de koe bij de horens. Q. pakt mijn arm beet, kijkt me indringend aan en zegt heel beslist: ‘Jij moet bij mij de stekker eruit trekken als mijn tijd daar is.’ ‘Nu heb je het over euthanasie. Dat is een loodzware verantwoording. Dat kan, en mag ik wettelijk gezien niet eens pipa’, antwoord ik. We nemen het reanimatieformulier door. ‘Mijn enige bezwaar is dat ik door mijn handtekening te zetten ook mijn doodvonnis teken, in de trant van dat ik opgeef. En ondanks dat het leven me nou niet meer zo vaak toelacht, hang ik er toch aan', zegt hij. ‘Je moet je nergens toe gedwongen of overbodig voelen. Ik wil je nog helemaal niet hoeven te missen.' Het formulier steek ik in het brievenstandaard. Ik beëindig het onderwerp met 'Zo, en nu ga ik koffie halen' Q. grapt: 'Met cake erbij!'

Bij een volgend bezoek ligt het blanco A4'tje uitgevouwen op de salontafel. Na de gebruikelijke kus-en-knuffelbegroeting zegt hij: ‘Laat ik het maar gewoon doen. Het vooruitzicht om een zeverend en kwijlend kasplantje te worden is alles behalve aanlokkelijk. Uit eigen beweging pakt hij een balpen, onderschrijft de verklaring en drukt het stuk papier in mijn handen. De slappe paraaf lijkt in de verre verte geenszins meer op de krachtige handtekening die hij ooit pleegde te zetten. 'Nog een dringend verzoek: Doe jij het voor me bewaren, dan voel ik me een stuk geruster.’


vrijdag 9 september 2016

WELLES NIETES

Bed verpakt als bank

Ik val op verschillende tijdstippen bij het Zorghuis binnen waar vrolijkheid en gezelligheid overheersen, omdat ik tegenstrijdige onzinberichten van pappi ontvang. Hij beweert dat er geen activiteiten zijn (er is altijd reuring) en er constant onlusten uitbreken (de ene keer vliegen de dames elkaar in de haren, een andere keer hebben de mannen ruzie): 'daarom maak ik met niemand contact'. Journaal- en krantenberichten over brandhaarden in de wereld leggen zijn verdrongen oorlogsherinneringen bloot. Ik maak me absoluut geen zorgen, maar neem hem wel serieus en check voor 100% zekerheid. 

Ditmaal ben ik er rond 19.00 uur. Hij zit toevallig voor de televisie op zijn gezellige kamer met de ventilator op vol vermogen - alle vorige keren was hij nooit 'thuis' zoals hij dat noemt. 'Waar kijk je naar?' vraag ik als ik zie dat er een serie voor de jeugd op is. 'Ik wacht op het voetballen en de zuster heeft alvast de goeie zender ingedrukt', zegt pappi. Q. ooit zelf bevlogen voetballer en scheidsrechter, kan nu geen hele wedstrijd meer uitzitten. Na vijf minuten onthoudt hij niet meer wie er tegen wie speelt en wat de stand is. Maar het voetballetje rolt, da's bekend. 

Q. in zijn favoriete relaxfauteuil bij het 'Homie' schildje dat hij geweldig grappig vindt.

Zijn brein heeft 's ochtend opstartproblemen. In de vroege middag is pappi het helderst. Naarmate de dag vordert, slibt zijn werkgeheugen vol. Deze avond brabbelt hij meer dan dat hij spreekt, maar ik kan, net als een moeder van haar baby, alles letterlijk ontcijferen. 'Ik zat net een van je boekjes te lezen', wappert hij met KLUIF, 'ultrakorte verhaaltjes kan ik nog inprenten. Voordat de catering langs komt met koffie, versnaperingen en snacks voor diegenen die op hun kamer willen blijven, ga ik zelf in de pantry tappen. Aan een van de stuk voor stuk lieve geduldige medewerksters leg ik het dilemma voor. Ze lacht wijs en haalt direct haar IPhone uit haar witte schort. Ze toont me foto's en filmpjes waar pappi, ballon in de hand, uitbundig meezingt met de Joekskapel die er optreedt. Op andere foto's keuvelt hij gezellig met mannelijk bewoners, is hij aangeschoven bij het echtpaar in het uiterste tuinhoekje of is hij druk met de dames enzovoorts.

Als ik door de lange gang naar buiten loopt, (pappi zwaait me dit keer niet uit omdat de wedstrijd al begonnen is), tref ik de verpleegkundige. 'Waren ze maar allemaal zo als jouw vader. Ik maak 'm elke ochtend als eerste wakker. Hij is altijd goedgehumeurd, zijn vrolijkheid slaat meteen op me over. En na een goede nachtrust is zijn harde schijf ook weer redelijk ververst.' We wisselen een blik van verstandhouding. Zonder woorden weten we dat die gemene meneer Alzheimer, hapje bij beetje, de geestelijke achteruitgang doorzet.

De vouwwand met daarachter o.a. radio/tv.

donderdag 8 september 2016

HOE EN WAAROM


Hoe ben ik eigenlijk hier beland?, vraagt pappi. 'W. en ik hebben je hierna toegereden', doe ik flauw. Pappi is er even tevreden mee. 'Kom je me nou halen of blijf ik vannacht nog hier?' 'We hebben meerdere nachten geboekt, het zou zonde zijn om het resort te verlaten', ik kijk hem vorsend aan. Heeft hij niet door dat ik een loopje met hem neem?

Q.: 'Ik kan me niet meer herinneren waar ik eerst woonde. Ik was toch getrouwd? Hier hadden we nooit met z'n allen mensen in gekund.' Q. ondersteunt zijn zinnen door druk te gesticuleren. 'Dat klopt,' zeg ik, 'je laatste adres was op de Akkerwinde.' 'Dat zegt me niets, te gek voor woorden toch?' Pappi kijkt me ontredderd aan. 'De gaten die in je geheugen vallen, is een van de redenen waarom je nu hier in het Zorghuis verblijft', zeg ik. 'Daarvoor raakte je  in paniek, en was je 's nachts angstig, je werd zelfs depressief omdat je steeds meer moest inleveren. Je liet steeds vaker doorschemeren dat je naar een bejaardenhuis wou. 'Ik weet daar allemaal niets meer van', klinkt het oprecht verbaasd.

Ik haal niet aan dat hij: door zijn opkomend onvermogen tot communicatie vereenzaamde, meubels en spullen in huis ging verplaatsen waardoor hij gedesoriënteerd raakte, niets meer kon vinden, constant het overzicht kwijt was, uren, dagen, maanden en jaargetijden niet meer herkende, geen zin meer had om te koken of boodschappen te doen - hij vergat te eten zelfs als ik het voor hem klaar had (gemaakt en) gezet, hij kon geen maat houden (bij een knakworstje kneep hij een hele tube mayonaise leeg om vervolgens het bord van zich af te schuiven met: "ik heb eigenlijk helemaal geen trek." Om een Duits biefstukje te bakken, gebruikte hij de complete inhoud van de grootste flacon Croma om maar iets te noemen. Om mij, als ik net bij hem vandaan kwam, naar hem terug te lokken, verzon hij smoesjes. Q. sneed kabels van sfeerlampjes met de stekker nog in het stopcontact uit elkaar, trok de stroomkabel uit zijn elektrische stoel (relaxfauteuil), haalde de telefoon uit elkaar et cetera. Als het gerepareerd was, en ik zei: 'Niet meer aankomen', dan werd hij bokkig. Alles wat verboden was, werd dubbel interessant.

In plaats van dat alles som ik de voordelen op: je bent een bofkont. Je hebt nu all inclusive in je eigen 'huis' (we hebben de woonkamer nagebootst) op een droombestemming: je bent in goed gezelschap (fantastisch personeel), er is volop entertainment, persoonlijke verzorging (er zijn zelfs 'spa-middagen' ), je mag onbeperkt eten & drinken en je mag gebruik maken van het hele buiten en je hebt een prachtig groen uitzicht. Je hoeft niets meer, alleen maar genieten. Q. lacht: ' Jij weet me altijd op te beuren, het is hier ook fijn. Maar ... ik kom hier dus niet meer weg, begrijp ik?' Gered door geklop op de deur. Het is een hartelijke gastvrouw met het koffie-thee-limonade-en-wat-lekkerskarretje.

donderdag 1 september 2016

BUITENLAND


Pappi zit pal in de brandende middagzon in de patio met bonjourmonsieur die Q. hardnekkig Jan blijft noemen terwijl de man Geer heet, en miamimevrouw die zich in Indië waant. Onder de ballonnen in de schaduw - er was gisteren een bescheiden feestje - slaapt Seniorita Sigaretje. Het vriendelijke Indoduo keuvelt gezellig onder de parasol. Zoete inval door mij. Ik word meteen als serveerster ingeschakeld. 'Doe maar een rondje', gebaart Pappi royaal. Als iedereen is voorzien van koffie of een sapje met een koekje, mag ik plaatsnemen. Het gesprek gaat over het tropische weer. Iedereen is het erover eens dat het een genoegen is. Miamimevrouw: 'Dat vind ik nou zo fijn hier, in Nederland klaagt iedereen altijd meteen als het warm is, hier vindt men het gewoon aangenaam.' Bonjourmonsieur: 'Daarom houd ik ook zo van Frankrijk. Zon, niks doen en een glaasje wijn (hij heft zijn 7up omhoog). Genieten!' Moeten we oudjes wel in het zonnetje zetten?