zondag 28 mei 2017

VALSE START



Vroeger komt steeds dichterbij. Het gezellig gevulde zonneterras met tachtigplussers waar het kwik boven de 30 is gestegen, herinnert aan brugpiepers in hun eerste week op het schoolplein: 'luidruchtige' mondigen overstemmen elkaar in een groep die zich meteen vormt en plooit, de stille Willies zoeken 'samen sterk' steun bij elkaar, de evenwichtige eenling heeft genoeg aan zichzelf en zondert zich bewust af, plus het eeuwige muurbloempje dat zich niet kan, wil, mag voegen. De laatst binnengekomen 'verwelkte' blom houdt zich bewust onopvallend, met de handtas defensief op schoot, tussen het gezelschap afzijdig om zo alle opties open te houden. Nieuwkomers worden met argusogen bekeken, voor ze al dan niet worden geaccepteerd. Geen ontgroening zoals bij eerstejaars studenten, maar een warm welkom voor een onbekende lotgenoot zit er ook niet in.

Pappi trekt zoals altijd zijn eigen plan. Met het zweet drie rijen dik op zijn voorhoofd worstelt hij met drie tuinslangen in het stenen tuinhuis met Brabants bont vitrage achter de vierkante ruitjes. Geen Freek-Vonk-taferelen, maar irritatie omdat hij het handige Gardena systeem niet meer begrijpt. Hij is woest: 'Er is GEEN fitting!' Ik leg hem uit dat het koppelstuk voor de kraan al in het systeem zit. Hij grijpt telkens terug op de zwart gestreepte gele slang zoals we die in mijn jeugd thuis hadden. De 30 meter lange en loodzware slang drapeert hij over de rollator. Het wordt een warboel.

'Kom, dan drinken we eerst een witbier. De halve liter heb ik meegesmokkeld in mijn tas, zodat de bewoners die geen alcohol mogen het niet zien.' Q. hijst het pijpje in een teug leeg. Het handige Gardena slangenwagentje wil hij niet gebruiken, omdat hij die slang niet herkent. Ik tegen Q.: 'Zullen we de gele slang om het blauwe wagentje winden?' Wie zwijgt, stemt toe. Pappi kalmeert langzaam. Ik gun hem even de tijd om tot zichzelf te komen en loop weg.

startschot met wijsvinger en duim

Op het terras wordt meteen gevraagd of ik bier bij me heb(!). De dorstigen serveer ik een roseetje: een halfvol glaasje Dubbelfris framboos/cranberry. Q. fluit en gebaart me naar zijn kamer te gaan. 'Er staat een kopje koffie voor je klaar' snel ik me naar de koffieautomaat, waar de gastvrouw me op etenstijd wijst. Pappi zijgt in de rotan terrasstoel neer, terwijl de eerste rollator de ramp op rijdt. Vroemvroemvrrrrrr', doe ik. Het zijig heerschap naast me giechelt alsof ik 'm dronken heb gevoerd. Zonder pistool en startschot geeft hij als een gelauwerde sportverslaggever tijdens de Grand Prix commentaar: 'Daar gaat Nicky Lauda in zijn snelle Ferrari te vroeg weg.' Ik geef gas: 'Jeng jeng jeeeee.' Nummer twee (DB met ingezwachtelde benen) moet bij haar kick-off geholpen worden door de zuster. Mijn buurman en ik pruttelen als een motor die niet wil starten. Iedereen heeft schik. Ik oerendhard: 'en daar maakt Jacky X een levensgevaarlijke bocht met haar lichtblauwe bolide.' (S. met de hypermoderne frisgetinte rollator die bijna omkiepert bij het nemen van de hoek naar de gang). Mijn buurman gaat helemaal op in de Formule 1 en wijst met pretogen naar de volgende rollatorduwer in de race: 'Ik zie Max Verstappen!' Geen van de coureurs wint de ereplek op het podium. De eetzaal is al afgeladen: het is volle bak voor een zacht wit puntje knak.

dinsdag 23 mei 2017

BOODSCHAPPENBRIEFJE


Tefke van Dijk becommentarieert in Volkskrant Magazine willekeurige ingestuurde gevonden boodschappenlijstjes. Deze keer een herkenbaar handschrift.

Feit: naarmate je ouder wordt, gaan er steeds meer mensen om je heen dood. Geen leuk idee. Op hoge leeftijd zijn familie en vrienden mischien wel op een hand te tellen. Het adressenboekje dat je vroeger zo netjes bijhield, blijkt opeens overbodig. In je bejaardenwoning heb je niet veel meer nodig. Af en toe bezoek van je dochter, die je dan helpt bij de boodschappen. Zij zorgt ervoor dat je voldoende in huis hebt en dat alles het liefst lang houdbaar is. Weggooien blijft zonde. Zelf wil je vooral dingen die je herinneren aan vroeger, zoals aardbeienjam en veel aardbeienlimonade. Vroeger plukte je aardbeien vers van het land. Je maakte dan ook een zomers veldboeket. Die verhalen vertel je nu dagelijks aan de poes, je grote vriend. Je wilt goed voor je maatje zorgen. Jouw ABC gaat nu van de A van Aardbeien tot de P van Poes. Het leven is beperkt, maar het is goed zo.

vrijdag 19 mei 2017

NIEUWSBRIEF


In de Zorghuis nieuwsbrief nummer 2 de eerste Bewoner aan het woord. En dat is, je raadt het al: mijn pappi. Nu weten jullie alles van hem, behalve zijn pincode. Nog even en hij is een BN'er.

Bewoner aan het woord: Cor den Biesen
De Dreumelse Quirinus den Biesen (1928) woont het overgrote deel van zijn leven in Limburg. Toch houdt hij vast aan zijn moerstaal. Het zal te maken hebben met zijn uitwaaierende functies binnen de NS, en de verenigingen waar hij voorzitter en/of oprichter van was. De charmante Cor stelt zich voor!

‘De coach van Hulp bij Dementie tipte het Zorghuis. Na de eerste bezichtiging waren mijn dochter en ik door de gastvrije ontvangst van Sandra en Kelly, in combinatie met de knusse nostalgische uitstraling van het voormalige klooster annex bewaarschooltje, meteen om. Vanaf dag één ben ik bewoner van Zorghuis Tegelen. 

Haperende hersens
Twee weken na de openstelling vierde ik er uitbundig mijn verjaardag. Vrolijk door de feestelijk versierde zaal op de melodie van Het Land van Maas en Waal marcherend als een tamboer-majoor met mijn onafscheidelijke wandelstok, oogstte ik meteen een nieuwe medebewoner die daar net met zijn eega een kijkje kwam nemen. Ik ben een zelfredzame eens-marinier-altijd-marinier die door haperende hersens gedwongen wordt zijn zelfstandigheid beetje bij beetje in te leveren. Ik was gewend om mijn eigen Qulinaire boontjes te doppen, maar moet accepteren dat lichaam en (vooral mijn) geest op 89-jarige leeftijd in plaats van vooruitgaan, achteruithollen. Het valt niet altijd mee. 

Hartelijke verzorgsters
Mijn stemming is weersafhankelijk, maar: het dagritme, dollen met de hartelijke verzorgsters, de wetenschap dat je 24/7 omringd wordt, de aanspraak van huisgenoten, meedeinen en -zingen met (live) muziek, en genieten van de omsloten parkachtige tuin onder een wolkeloze hemel, slepen me door de oudheid heen. Het heeft vast te maken met de Boerenbond die mijn pa runde, want buiten ben ik op mijn best. Het Zorghuis voelt dat haarfijn aan. In de groene oase vinden mijn gedachten die regelmatig met me op de loop gaan rust. 

Goed voor elkaar
Het tuinmanschap kleurt mijn dagen in: het is in- en ontspannend en je doet er anderen ook een plezier mee. Waardig oud worden is een zegen, je antiek voelen is minder leuk. Maar wanneer je als eenzame weduwnaar hier je oude dag mag slijten, heb je het best goed voor elkaar.’

Tekst: Cela den Biesen 

woensdag 17 mei 2017

BRAND BLUSSEN



klik op de foto voor de grote glunder 

Domweg gelukkig in de Dapperstraat schreef dichter J.C. Bloem. Dat gevoel hebben pappi en ik tijdens en na het tuinieren onder een blakerende zon. Hij schoffelt en ik mag de voegen schoon borstelen. Domweg gelukkig in de tuin van het Zorghuis, omdat we ondanks zijn hoge leeftijd (bijna 90) nog gezellig samen bezige Biesjes kunnen zijn. 

Het bordes mag weer gezien worden. Pappi roept: 'Biertje! Daar heb ik nou echt zin in. Hoe lang woon ik hier nou al? Vijf of zes jaar? En al die tijd sta ik droog.'* We openen het tweede terras met een flesje Brand om de hitte te blussen. Pappi spreek het uit: 'Hier en nu voel ik me heel gelukkig. Dankjewel Schupie.' Als ik naar huis ga, zegt hij: 'Als ooit mijn tijd komt, hoop ik dat ik op net zo'n zonnige dag gewoon tijdens het tuinieren dood omval.'

het bordes klaar voor de nieuwe zitjes

*In werkelijkheid woont mijn dementerende vader er nog geen anderhalf jaar. En 's avonds rond de klok van negenen als een verzorgende met de drankentrolley rondgaat, drinkt pappi al naar gelang de dorst: koffie, een glaasje wijn of een pilsje.


uitzicht vanaf het bordes met de gouden regen in volle bloei.

EUFORISCH


Q. vond al die drukte om zijn valpartij wel stoer. Hij kwam niet uitverteld over hoe hij zich precies had opgevangen, gepaaldanst had, en dat er op zijn hele lijf geen schrammetje te vinden is. Op mijn verzoek deed hij maar wat graag een reconstructie. Niet bij de vermaledijde parasol(voet), maar als Tarzan bij de lijsterbes waar een druivenrank in hing die er niet thuishoort.


Hier poseert hij - zonder hem te kennen - als Indiana Jones met de afgerukte druivenrank als zweep, maar zonder zijn onafscheidelijke hoed en werkjas. Pappi had een goed excuus: het is 28 graden en tropisch.


Op foto drie is de onoverwinnelijke overmoedig. Onaantastbaar als hij zich waant, werden de dode kersenbomen die hem al maanden een doorn in het oog zijn, te lijf gegaan met de schoffel. Hier heb ik ingegrepen: vallende takken zijn veel te gevaarlijk. Bovendien legt de hovenier ze volgende week om met de kettingzaag

zondag 14 mei 2017

STRUIKELBLOK

Zie ook blog: euforisch

Bij thuiskomst knippert het antwoordapparaat. Het Zorghuis heeft een half uurtje geleden gebeld. Schrik. Q. is tijdens het begieten van de hosta's over de kruisvoet van de grote parasol achterover geklapt. Verpleegster R. geeft aan dat Q. op zijn achterhoofd is gevallen, maar dat er geen letsel of hematomen (onderhuidse bloeduitstortingen) waargenomen zijn. 'Meneer heeft geen pijnklachten, maar is wel geschrokken.' In plaats van de live muziekavond bij te wonen, wentelt hij zich op zijn kamer in de aandacht van troetelende verpleegster.

Kort daarna spreek ik een herpakte en opgeruimde pappi die volgens eigen zeggen 'niks gelejen heeft'. Zijn stoere versie: 'Ik had de hoogte van de cementblokken die de parasol aan de grond houden verkeerd ingeschat, omdat het bij de andere parasol stoeptegels zijn. 

Dankzij de puike (val)training bij het Corps Mariniers en de op zijn kraag gespelde talisman [het gouden insigne dat hij kreeg vanwege 50 jaar lidmaatschap], greep hij zich aan de stalen steel van de parasol vast. 'Ach, ik heb me destijds voor hetere vuren staande weten te houden, dus hier in het betonnen oerwoud red ik me ook.' Ik hoor Q. niet meer, maar zie hem als de machtige Tarzan, koning van de jungle, aan een liaan bungelen. Zolang Q. ervan overtuigd is dat hij de touwtjes in handen heeft, hoeven we ons geen zorgen te maken.


donderdag 11 mei 2017

PLAYA FORTUNA



In de patio staan de nog onbezette ligstoelen drie rijen dik. Pappi en ik zijn de eerste zonaanbidders. Niet veel later arriveren de overige bakgasten. Nieuwkomster W. zit op de vaste plek van Seniorita Sigaretje die haar zonder meer uit haar stoel jaagt als ze naar buiten rolt. De mevrouw wiens kleding en coupe jarenzeventigchic uitstraalt, pakt opnieuw een kussen en neemt elders plaats. Ze heeft weer pech. De gastvrouw verzet de boel zodat de nieuwkomster kan aanschuiven. De oudste bewoonster wiens zintuigen al voorgoed slapen, wordt toegedekt met een dekentje en in het zonnetje gezet: er verschijnt een gelukzalige glimlach rond haar dunne lijntjes van lippen. In een mum van tijd is het net Playa Fortuna in Benidorm. Tijd om gepatineerde huid en vel in verval in te smeren met factor 80 en bloot te stellen aan de uitbundige zon. Tijdens de koffie wordt er geklessebest over de tijd van knikkers en krijten op de stoep. Iemand zucht: 'Wat hebben we het hier nu toch goed.'

Ik vraag Q. waar hij zich gisteren mee bezig heeft gehouden. 'Ik heb geluierd', zegt hij. Administrateur K. laat me een filmpje zien, waarin de ouderen rondom tot pingpongveld gemetamorfoosde tafels zitten. Met een lichtgewicht XL bat in de hand mept iedereen naar ballonnen. Pappi ontkent in alle toonaarden dat hij een van de sporters was. K. toont hem het bewijsmateriaal op haar Iphone zien. 'Moet ik op dat kleine donkere scherm iets zien?', wijst pappi het gegeven naar het land der fabelen. K. gaat voor de zon staan en kantelt de telefoon: 'Kijk, dat bent U daar op het filmpje.' Een ontkennende Q. droog: 'Dan werd ik vast gedwongen mee te doen!'


maandag 1 mei 2017

VAN DE WAP

de kluts kwijtraken: de kadans verliezen bij het met een regelmatige slag klutsen van de eieren

Zonder molières en zonder goudmontuur staat Miamimevrouw verloren in de hoek bij de apotheekkast. Het elegante dametje van amper 50 kilo is voor even een zielig hulpeloos hoopje mens op kousenvoeten: 'Ik weet niet waar ik ben?' Ze heeft haar magere handen voor haar roodomrande ogen geslagen. 'U bent in het Zorghuis te T.', vertel ik haar. Machteloos kijkt ze om zich heen, koortsachtig zoekend naar een aanknopingspunt: 'Dat weet ik, maar waar is dat dan? Ik ben helemaal de kluts kwijt.'  'En u kunt hem even niet vinden', constateer ik droog. 'Nee, jij hebt me al eens helpen zoeken. Nu ben ik weer van mijn stuk. Hier [in het Zuiden] noemen ze dat van de wap, maar daarmee weet ik nog steeds niet waar ik ben.' 'Gelukkig herkent u de vertrouwde mensen nog. Pappi is ook weleens gedesoriënteerd. Rustig blijven doorademen, het komt vanzelf terug', spreek ik haar bemoedigend toe. 'Ik hoop het', zegt ze, 'want dit is niks zo.' De stralende activiteitenbegeleidster die net peettante is geworden komt met haar bril aanzetten: 'Kijk eens wat er op het mimisetje lag! Nu uw schoenen nog. Zullen we die samen gaan vinden?' Als een geredde drenkeling klampt Miamimevrouw zich aan haar vast.