dinsdag 8 augustus 2017

IK HEB ZO WAWAWAWAANZINNIG GEDROOMD


Nederland is en masse op vakantie. Zo ook de familie van de bewoners en om beurten de vaste medewerkers van het Zorghuis. Om de thuisblijvers een beetje het vakantiegevoel te geven, is de recreatiezaal omgetoverd tot een gezellig terras met fleurige ouderwetse parasolletjes, mega zonnebloemen in potten en voor de ramen felgele kartonnen zonnen aan een touwtje: een dagje uit thuis. Op het televisiescherm trekken in een slideshow vakantiekiekjes in zwart-wit voorbij. Een groep ouderen met polyester Hawaii-slinger om of voorzien van zonneklep of strooien hoed, schuifelt met de blote voeten in een blauwe schelp met strandzand. Ze likken aan een raketje of houden een druppend driekleurig (aardbei, vanille, chocola) wafelijsje in de hand. De heren dragen veelal een tropenhelm, vissershoedje of zonnebril en nippen aan een cocktail (ranja met een rietje), terwijl hun voeten dobberen in de deksel van de schelp die gevuld is met een laagje zout water. Een buitenbeentje die eerst wel en toen weer niet en toen weer wel mee wilde doen, heeft een tot tulband getransformeerde sjaal om en zit met zijn onderdanen in een solitair teiltje met sodawater. Diegenen met elastieken kousen en zwachtels om de benen voelen en ruiken aan de op tafel liggende schelpen en uitgestrooide openstaande dennenappels, of woelen met hun handen door geel heidezand en bewonderen kitscherige souvenirs van weleer. Herinneringen drijven vanzelf boven.

De activiteitenbegeleidster zingt vragend regels uit vakantieliedjes: 'We gaan naar Zandvoort al aan de zee, en wat nemen we mee? De bewoners diepen diep uit hun geheugen en reageren spontaan: een koffer, zonnebrand, duikbril met snorkel, een emmertje met schepje, azijn (tegen kwallen- en muggenbeten), een picknickmand, aardappelen enzovoorts. Tussen het uitserveren van drankjes en exotische fruithapjes (het is tenslotte middag) en ouderwetse vakantiespelletjes door, speelt een accordeonist de overbekende Franse chansons; Parijs was nog nooit zo dichtbij. Er wordt gevraagd wat de vakantiebestemmingen van naasten zijn. Enthousiast worden papieren ansichtkaarten getoond. Bewoners vertellen over hoe zij vroeger met een volgeladen fiets door eigen land, BelgiĆ« en Duitsland toerden, kampeerden bij een boer of  overnachtten bij 'verre' neven en nichten, ooms en tantes. De boffers bezaten al een auto en reden naar Ventimiglia of KarinthiĆ«. 'Tegenwoordig gaat iedereen met de vliegmachine naar Verweggistan alsof het niks is. Dat hadden wij toen ook wel gewild ...' 

Ik wrijf in mijn ogen, kijk rond en zie mijn eigen slaapkamer. Wat een waanzinnige droom, want in de werkelijkheid zou me dat toch een geklieder geven.