vrijdag 10 november 2017

DAG VAN DE MANTELZORG


Omdat het morgen Sint Maarten is, is het aannemelijk dat we de term 'mantelzorger' te danken hebben aan de Sintermerte die de helft van zijn mantel weggaf. Niets is minder waar blijkt na enig speurwerk. Het woord is gemunt door medicus J.C.M. Hattinga Verschure die in een mantel een metafoor zag voor wat mensen met warmte omringt. 
bron: Trouw

Ik heb de term pas enkele jaren geleden ontdekt toen een hulpverlener mij dat etiket opplakte. Ik moest de betekenis zelfs opzoeken. Inmiddels weet ik uit eigen ervaring dat je dat predicaat liever niet cadeau krijgt. Gelukkig ben ik een parttimer sinds pappi in het Zorghuis woont. Petje af voor al die mensen die met plezier en toewijding (gedeeltelijk of) fulltime voor een naaste zorgen. Professionele verzorgers verdienen net zo goed een pluim, maar daar is in mei de Dag van de Verpleging voor.




donderdag 9 november 2017

THERMOMETER


Meten is weten?

 Waar is mijn thermometer?
 Je hebt er geen.
Jawel, ik moet er zelfs twee hebben. 
Je HAD er twee. Een digitale oorthermometer en een ouderwetse thermometer.
Waar zijn die nu?
Weg. Je vertrouwde ze niet, daarom had je er ook twee. De ene moest de andere controleren.
Je moet vandaag een nieuwe voor me kopen, want ik heb koorts.
Je hebt geen koorts.
Dwingend: Haal zo'n ding voor me.
Is goed. 
(Q . doorziet dat ik dat niet van plan ben.)
Als je meent dat je koorts hebt, meld je je bij de zuster. Zij meet je lichaamstemperatuur. 
Heb je koorts dan kan zij meteen actie ondernemen, zo niet dan weet ze dat je bezorgd bent.
Maar waarom haal je niet zo'n ding voor me?
Omdat je daar dan uren, soms dagenlang mee aan de gang blijft. Meten in je oor, in je mond, onder je oksel en in je, nou ja, je begrijpt wat ik bedoel. Bijna een dwangneurose. Bovendien weet je niet wat 36, 37,5 of 38 of 39 inhoudt. Dat moet je dan toch vragen. Conclusie: zo'n thermometer heeft geen enkel nut.
(Gekalmeerd) Is dat echt waar? Niemand heeft me ooit verteld dat ik zulke gekke dingen doe! Mag ik dan een ouderwetse po voor als ik moet spugen? 
Er staan twee grijze plastic bakken die je als teiltje kunt gebruiken. Maar je hoeft niet te spugen. Je bent niet misselijk.
Nee, ben ik niet, maar voor het geval dat ...
(Q. drijft het gesprek op het spits)
... in zo'n bak kan ik niet plassen.
Je bent allang en nog steeds zindelijk. Plassen doe je op de wc.
Da's waar. 
(Q. trommelt nadenkend met zijn vingers op de stoelleuning)
Wil je dan twee thee halen?

maandag 6 november 2017

HOBBY GEZOCHT

Idee en foto: Imke. Het schilderij met middenin een IJslands of Keesjeskoppie. Maar ik houd mijn lippen stijf op elkaar. Voor je het weet wordt je door Q. van vervalsing beticht. Zie blog Kunstroof.  (intikken bij ZOEKEN rechts bovenin) 

Zondagmiddag op Q's kamer met de gordijnen aan de gangkant wijd opengeschoven - een nieuwe voorwaarde van mij voor pappi die, nu het tuinseizoen zo goed als voorbij is, 'verplicht binnenblijven' ervaart als een ophokplicht. Ik neem een meegebracht biertje, pappi cranberry voor de blaas, dubbelfris om het vochtgehalte op peil te houden en thee met een dubbel koekje (de mazzelaar) omdat het koffietijd is. 

We zitten op ons gemak te keuvelen. Ik in een fauteuiltje en Q. in de relaxfauteuil waar Wim gisteren het opengepeuterde gat in het leer heeft gedicht met een leren rondje - en ja, domme vraagt, natuurlijk had pappi dat in een mum van tijd eraf! Pappi maakt zich zorgen over de toekomst (!). 'Leef bij de dag, dat doe ik ook zoveel mogelijk', zeg ik. En: 'Maak je geen zorgen voor de dag van morgen.' 'Ha, dat spreekwoord is niet van jou', luidt zijn weerwoord. 'Daar gaat het niet om', breng ik 'm terug naar het onderwerp. Q.:  'Maar wat moet ik in hemelsnaam nu de rest van mijn leven doen?' Q. zat vroeger in het verenigingsleven, veelal als kartrekker. Op bijna 90-jarige leeftijd nog een nieuwe club op te richten. ziet hij niet zitten. Kleuren voor volwassenen wat hij vorige winter graag deed, is zo 2016. Activiteitenbegeleidster I. kreeg hem van de week zo ver om de penseel ter hand te pakken om zijn invulling te geven aan het groepschilderij. Een ezel van Sinterklaas of ...

Oproep aan jullie, lieve lezers. 

Wie verzint een zinvolle niet te kinderachtige winterhobby voor 
Q. de man die vroeger alles kon (maken).
Steekwoorden: ooit qulinair kok, ooit fervent rikker, ooit verzot fietser, ooit scheidsrechter, ooit vrijwillige brandweerman, ooit biljarter op niveau, ooit perfectionistisch klusser/timmerman, ooit organisatietalent in de breedste zin van het woord.
Houdt niet van: tv kijken, lezen, puzzelen of gezwets.

zaterdag 4 november 2017

HAMSTERWEKEN



Pappi is weer wat opgekrabbeld na een flinke terugval. Dat hij (winter)voorraden aan wil leggen, zie ik als een goed teken. Appie's Hamsterweken zijn duidelijk via krant en tv doorgedrongen. Op de pers op de eiken salontafel ligt een papiertje met de volgende opsomming: tandpoetsen pasta borstel, steradent, verband, pleisters, paracetamol, zeep, schoen poets, vlees, ijsjes, teiltje. De urgentiegevallen heeft hij aangeduid met oranje kleurpotlood. Ik laat 'm zien dat hij nog voldoende voorraad heeft en dat etenswaar, fris en ijsjes in de keuken beschikbaar zijn. 'Ik heb geen keuken', wijst pappi om zich heen. 'Klopt, er is een grote centrale keuken en een pantry bij de automaat in de gang. Heel handig hoef je die ook niet schoon te houden', praat ik 'm bij. 

De autonome Q. houdt niet van vragen - 'Kinderen die vragen worden overgeslagen' en 'Je vinger opsteken doen kinderen tijdens de lagere-schoolperiode' zijn diepgeworteld. Bovendien heeft hij oorlog(schaarste) meegemaakt. Pappi houdt er het liefst een flinke voorraad op na: voor het gemak (je hoeft niet zo vaak naar de winkel, om altijd iets in huis te hebben voor de zoete inval, en voor de zelfbediening. Als hij weer met het boodschappenlijstje op de proppen komt, maak ik het mezelf en hem gemakkelijk. Ik steek het lijstje in mijn jaszak en roep opgewekt: 'Ik ga voor je hamsterééééén.'

donderdag 2 november 2017

ENGEL


De donkere maanden rondom kerst doen de gedachten aan mijn wijlen moeder opleven. Q. vraagt wanneer mam is gestorven. Komende januari is dat 12 jaar geleden. 'Zo lang al?' Q. kan het niet vatten. 'Noteer je het voor me?' 'Hier - ik reik hem blocnote en pen aan - schrijf het zelf maar op.' Hij schrijft mam en de datum. 'Er moet nog bij komen te staan waarom ik dat opgeschreven heb, anders weet ik straks niet meer waar die datum voor staat.' 'Dan zet je er overleden bij, of een kruisteken', opper ik. 'Dat kan ik niet', verzucht pappi. Ik bied aan overleden erachter te plaatsen. 'Kan je het ook anders omschrijven? Dat woord is zo definitief.' 

Zwaarmoedigheid dreigt de overhand te krijgen in deze conversatie. Ik probeer er een andere draai aan te geven en opper: hemelen, kassiewijle, de pijp uit, achter de regenboog, het tijdelijke voor het eeuwige verruild, opgepot, het loodje gelegd, in eeuwige slaap. Pap neemt het te au serieux: 'Dat is oneerbiedig, dat mag er niet bij.' 'Ik weet het al', temper ik zijn opkomende wrevel: '28 januari 2006. Een engel op aarde werd een engel in de hemel.' Pappi klapt tevreden het schrijfblokje dicht en bergt het op.