woensdag 31 januari 2018

NAPRATEN


Gewekt worden in het Zorghuis met dikke pakkerds, felicitaties, 'lang zal hij leven', 
en een versierde kamer. Da's pas: goedemorgen!


Surprise! De bakker van ut Bruedje die nog nooit had gebakken voor een 90-jarige
versiert de verse vlaaien uit eigen beweging.


De telefoon rinkelt veelvuldig die ochtend. 
Pappi staat volop in de belangstelling. Zijn dag kan al niet meer stuk.


Activiteitenbegeleidster Tineke met doddige kleindochter Nina
die een prachtige tekening voor 'opa' maakte en ook nog zingt. Hoe mooi is dat!


Pappi laten we volledig in het ongewisse over zijn verjaardagsparty,
 zodat hij geen enkele kans krijgt om zich vooraf druk te maken.


De hoedje-petje-petje-man krijgt met nummers uit de oude doos de stemming erin.


Tijdens Ik sta op wacht (een liedje van Joop de Knegt) met medebewoner L. in de houding en marcheren! Pappi draagt zijn 90 jaar 'onderscheiding'. 


Duyvis als er een fuif is. De stijlvol op een dienblad gepresenteerde 
builtjes chips/snacks vinden gretig aftrek.


Twee zingende plaatsgenoten (Ine en Joost) gefilmd
door activiteitenbegeleidster Lieke: 'Oh Heideroosje!'


Walsen met vriendin Mia op de tonen van Auf Wiedersehen und Danke Schon 

Na afloop wordt er met feestelijke worstenbroodjes nagepraat over de gezellige verjaardag. Om privacyredenen zijn er geen foto's van feestvierende bewoners geplaatst, maar ze waren allemaal present en genoten mee! Een mooiere verjaardag had pappi zich niet kunnen wensen. Och, en dat hij na afloop vroeg of we vanuit de feestzaal met de taxi naar huis gingen ...

Speciale dank voor de klasse 'bediening'. 

dinsdag 30 januari 2018

90


Lang zal hij leven

Lang zal hij leven

Lang zal hij leven in de gloria

in de gloria in de gloria

Hiep hiep hiep

Hoera!

Vandaag 30 januari vieren we samen met Q. zijn 90ste verjaardag!

(Veel) bezoek is op het moment niet aan hem besteed.
Als verrassing kunnen Pappi en medebewoners vanmiddag genieten van live muziek.
Verslag op blog 31 januari

zondag 28 januari 2018

EEN ONVERGETELIJKE AVOND

sjoenkele - met dank aan Tineke Buskes voor de foto's

Gemoedstoestand: net boven nul. Harde schijf: onvoldoende capaciteit. De ogen: op half zeven. Uitgerekend die avond is het Vasteloavond in het Zorghuis: the houseparty waar hij zo naar uitkeek. Muziek (lallen) en beweging (sjoenkele en trommelen) en een pilsje ontspannen geest en lichaam. Precies wat de dokter voorschrijft. Verpleegkundige M. stopt er nog een roze pilletje in en na anderhalf uur krijgen we hem zover om mee te gaan naar 'het café hier beneden'. 

In prinsenkostuum, jagersoutfit, GeitenPeterpak, of clownskiel hijsen, zelfs als Fransoos met alpinopet, halsdoek en getekend snorretje is te veel gevraagd. Zo lollig voelt hij zich niet; begrijpelijk. 'Frank Sinatra' ziet hij wel zitten. De smoking is te warm. Hup hoed op en de prinsenonderscheidingen om, want het nondejuuke (vlinderstrik) is op miraculeuze wijze verschwunden. 


het dreejspan - met dank aan Tineke Buskes voor de foto's

Joekskapel Waers trompettert erop los en maakt er zoals altijd een show van met bekende krakers: Zutjes aan (Laot mer lekker gaon so wie het geit; over die zin zijn de meningen verdeeld)Het boerebroelofsleedHet kleine café aan de haven (voor pappi), Als de sterre dao boave straele (voor SenioritaSigaretje), Am Rosenmontag medley (voor Mevr. B van euver de paol) en Geneet van ut laeve (wie kan die muzikale vitaminen niet gebruiken), Que sera sera (Que Cela Cela) en Seeman deine Heimat ist das Meer (heh,was ik die Pommetje Horlepiep net kwijt). Ieder krijgt zijn eigen Hollekidee.

Glundenderende snoeten. Iedereen heeft het reuze naar de zin. Vlak voor afloop betrekt Q.'s gezicht onmiddellijk als bewoner E. naast me komt zitten en mijn aandacht van hem afneemt. Ik kietel de welvarende buik van de jaloerse bink. Pappi: 'Ik ben aan het verkindsen, maar hoef niet bedild worden.' 'Gelijk heb je, maar gedraag je dan ook niet als een kleuter (op Facebook zou je hier een smiley plaatsen)' por ik hem plagerig in de zij. Q. toeschietelijker, maar met het verweer: 'Die rokkenjager ...'  'Je hoeft niet overal de controle over te voeren', smiley smiley. Nou betuttel jij mij.' 'Dan wil ik naar de wc op mijn kamer', verzint pappi du moment de afleidingsmanoeuvre. Omdat alcohol en pillen niet mixen (valgevaar) moet ik hem begeleiden. Hij treuzelt extra om tijd te rekken. Weer op weg naar de zaal en alles vergeten (soms komt dat heel gelegen), maakt pappi een fantastische rentree. Hij steek de wandelstok in de lucht, slingert zijn hoed erom en jongleert een volleerde draaiende-borden-circusact. Helaas eindigde hiermee ook het laatste nummer van de joekskapel. Het was mooi geweest.

KROMMUNICATIE


Een middag later verschijn ik op appel. Pappi heeft onderbuikgevoel(ens): 'Zijn wij goed samen of moet ik mijn excuses aanbieden?' 'We zijn 110% samen', ik doe of mijn neus bloed. Het akkefietje betreffende E. is history. Pappi: 'Ik was gisteren daaps en tegelijk boos over dat geflikflooi. E. kuste jouw oor.' Proest. 'Wat heb je toch een levendige fantasie. E. praatte rechtstreeks in mijn oor vanwege de harde muziek anders kon ik hem niet verstaan en natuurlijk geef ik antwoord. Het zou onbeleefd zijn om hem te negeren en waarom ook. ‘Mijn moeder, jouw oma had het al over de fluit en duit. Dit is typisch zo’n gevalletje!’ vervolgt pappi zijn betoog. ‘Laten we er niet over uitwijden, het is te onbenullig voor woorden, zo dadelijk gaat het in je hoofd een eigen leven leiden.’ Voor de nacht vraagt pappi de zuster zelf om een pilletje: ik ben niks werd [waard] en zo’n pil werkt goed. 

zaterdag 27 januari 2018

HALLEKUNASIES


Donderdag. Q. is overstuur. Hij heeft ‘hallekunasies’ volgens eigen zeggen. Het is fijn dat hij zijn hart bij mij wil én kan luchten, maar na een dagrecord opnemen-en-neerleggen ben ik bijna net zo simpel als hij. Systematisch raffelt hij het overbekende rijtje in-de-war-tics telkens zachter en onverstaanbaarder af. Het is zo zielig dat hij de wanen confuus én bewust ondergaat. Ik blijf de rots in de branding: geduld hebben is een weloverwogen beslissing.  Pappi vraagt of hij nog wilsbekwaam is. Daar kunnen we heel stellig in zijn: 'Ja, je kan zelf aangeven wat je wel wilt, en wat je niet wilt weigeren.'

Nu het pappi niet lukt om de schijn op te houden ziet praktijkondersteuner G. hem ook eens op zijn slechts: de gemeten bloeddruk en het gewicht zijn stabiel, maar aan Q.'s hallucinaties valt geen touw aan vast te knopen. Pappi zit er helemaal doorheen. Het is tijd om antipsychotica in te zetten. De voorgeschreven tabletten die spaarzaam worden ingezet en daardoor uitstekend hun werk doen, liggen klaar. 

De twee pillen hebben hun werk gedaan. Nare bijwerkingen heeft het wondermiddel weinig. In de ochtend is Q. vrij kalm; de bijsluiter vermeldt het als ietwat duf. De boel is aan het resetten. Het is nu wachten tot het defragmenteren gereed is. Vandaag hebben verpleegkundigen G. (die mijn moeder nog heeft verpleegd) en M. dienst. Pappi geeft zich over omdat hij voelt dat hij in goede handen is. De telefoon kan op de lader en de vrijwillige monteur heeft weekend!


Dat was iets voorbarig. Pappi is wel aan de beterende hand, maar nog lang niet waar hij wezen moet helaas. Zie blog 28 januari.

vrijdag 26 januari 2018

KINK IN DE KABEL


De naweeën van onalledaagse dingen en wellicht onbewust de spanning voor zijn 90ste verjaardag. Voor het eerst geeft Q. toe dat hij met de snoeren heeft zitten hengsten. Iets wat hij meestal doet als hij in de war is. Via elektriciteitskabels van telefoon, relaxfauteuil, schemerlampjes, kruimeldief, en scheerapparaat wil hij de bedrading in zijn hoofd restaureren. 'Ik kan jou niet bellen', deelt hij mee. 'Je belt me nu toch?' beklemtoon ik. Silencio. Q.: 'Alle stekkers zitten er weer in, en toch kom ik snoeren tekort. en Poes waarvoor ik bel: de stoel doet het niet.' 'Ik kom eraan', zeg ik en laat achterwege dat ik die snoeren heb weggeborgen, omdat hij die wilde ontmantelen.

Bij binnenkomst tref ik activiteitenbegeleidster T. in de gang die al gezocht had naar het snoer: 'Je hoeft niet speciaal naar hier te fietsen, wij lossen het met liefde op.' Ze wordt deelgenoot gemaakt van de verstopplaats voor 'tijdelijk gevaarlijk spul' waar pappi niet in mag als hij chaotisch is. Ik beloof haar een volgende keer bijstand te vragen. Om hulp vragen is moeilijk voor mij. Zelfredzaamheid was het mijn ouders' credo. En als het al moet, voel ik me bezwaard. 

In zijn kamer morrelt Pappi op zijn knieën met schroevendraaiers bij de omgekukelde relaxfauteuil. 'Ik ben bezig om het motorblok te demonteren', het zweet parelt op zijn voorhoofd. Ik stuur hem naar de badkamer. Met moeite komt hij overeind. Met pappi uit het zicht pak ik vliegensvlug het snoer en sluit het aan. Ik demonstreer dat alles het doet. Pappi zakt content in zijn stoel en informeert nergens meer naar.

donderdag 25 januari 2018

TIJDMACHINE


Het was te voorzien na de roezemoezerige avond en de ingebruikname van het nieuwerwetse afwijkende model scheerapparaat. Q. stapte onvrijwillig in de tijdmachine die hem teleporteerde naar zijn jeugd in Dreumel van waaruit hij linea recta doorkoetste naar Noorwegen waar hij van zijn lang zal ze leven nimmer is geweest.

Hij belt W. omdat ik niet opneem. W. schakelt rechtstreeks door naar de 24/7 lifeline: mij. 'Ik heb een probleem. De autosleutels zijn onvindbaar en hoe moet ik nu thuiskomen. Ik sta in Noorwegen', wanhoopt pappi. 'Toe maar. Helemaal in Noorwegen?' monkel ik. 'Ja, Ik ben drie keer op en neer gereden vandaag. Ik ben kapot. De tweede keer heb ik mijn neefje en speelkameraadje Antoon Sas gered uit een auto-ongeluk. De laatste rit was om me een erepenning op te spelden. Dat had voor mij niet gehoeven, en nu kan ik hier niet weg.' 

'Ik zou onder de indruk zijn van je verhaal ware het niet dat je geen auto meer bezit en je al vijf jaar niet meer chauffeert. Het zijn hersenspinsels veroorzaakt door de drukte van gisteren', stel ik hem gerust. Q.: 'Dat zei verpleegkundige G. ook al. Spelen jullie onder een hoedje?' Ik: 'Je weet donders goed dat dat niet zo is, pappilein. G. begrijpt als geen ander dat je hoofd gisteren een overkill aan informatie heeft gekregen die vandaag verwerkt moet worden. Tijdens dat updaten ga je dagdromen en je dingen inbeelden. Die gedachten zijn geheugenleugens en niet de realiteit. Je moet nu vooral ontspannen. Ik beloof je dat morgen alles weer normaal is.' 

Q.: Blijf je aan de lijn?' Ik: 'Ik blijf zolang hangen als je wilt.' De telefoon op mijn bureau transformeert tot babyfoon door 'm op speaker te zetten. Gezucht, gepruttel, gereutel, totale stilte. De tijdmachine zoekt een parkeerplaats in Tegelen. Na een poosje word ik opgeschrikt door een loeihard 'HALLO, ben je er nog?' 'Ja!' Ik word verlost als de gastvrouw thee brengt.

woensdag 24 januari 2018

FIRST DATE


Q. wacht binnen in de gang op zijn vriendin die meestentijds zijn zaterdagmiddagen opfleurt. De taxibus neemt het minder nauw met de tijd dan pappi die één minuut over half drie al buitenissig genoeg vindt om mij te alarmeren.

M. nadert pappi op het bankje. Generlei herkenning. Ze loopt hem voorbij en maakt pas rechtsomkeert bij de lift. Passeert hem opnieuw. Pappi vraagt nieuwsgierig geworden: 'Zoekt u iemand?' M: 'Ik kom voor jou.' Nog gaat er geen lichtje branden. Wel is hij zo bij de pinken om bezoek van vrouwelijk schoon niet aan zich voorbij te laten gaan. Zonder een hand te geven en zich voor te stellen, nodigt hij haar uit: 'Ga je mee naar mijn kamer?'

NB
M., niet zo gauw van haar stuk, vertelde op enigszins verontruste toon na afloop dat Q. de hele middag veinsde haar te kennen, maar aan zijn starende ogen zag dat het voor hem een eerste kennismaking betrof. Het was eenmalig, de keer erop herkende hij haar gelukkig weer.

dinsdag 23 januari 2018

SURPRISESHOW


Op de uitnodiging voor de jaarlijkse familieavond stond: met verrassing! Niet een, zelfs meerdere. Het leek de surpriseshow wel. Na de instroom namen Derya en Ton kort de microfoon. Zo hoort dat. Albert, de nieuwe voedingspsycholoog in fris en fruitig kokskostuum gestoken nam wat uitgebreider de tijd voor zijn introductie. Hij gaat vanaf 1 maart de bewoners op allerlei culinairs vergasten. Verrekte  interessant, maar mevrouw van D. alias het muurbloempje, maakte er vanuit haar vaste praos korte metten mee. 'Maer jong, wie lang blief dae nog praote. Waet eine schaele waezel', onderbrak zij de kok in hel plat Tegels. Dan kun je niet anders dan kort dubbel liggen en de draad weer oppakken.

De vragenronde was kort, want in het Zorghuis zijn ze goed bezig. Naast alle nieuwigheden die in de planning zijn opgenomen, komen er een extra kapstok bij de ingang en een jeu de boulesbaan in de uithoek van de tuin. Onder genoeglijk samenzijn vonden Alberts appetijtelijke amuses gretig aftrek, alsmede de drankjes. Ook pappi liet het zich tezamen met een glas witte wijn heerlijk smaken. De goudeerlijke Miamimevrouw fluisterde met een boefjessnoet in Venrays dialect in plaats van hoog Hollands zoals gewoonlijk, dat ze stiekem een half glaasje pils op had. We haakten in zodat ze rechtop zou blijven. 

Mevr. S. kreeg de eer om de met een glanzende rode strik ingepakte verrassing aan het plafond te onthullen: de tovertafel. De beamer verleid met speelse interactieve lichtprojecties mensen om in beweging te komen en samen plezier te hebben. Het was een instant succes. De bewoners gingen op in het spel en vergaten alles en iedereen om hen heen. Ik moedigde Q. aan om deel te nemen. 'De tuinman' zag de bijeen te vegen dwarrelende en gevallen blaadjes op tafel en wuifde mijn woorden weg: 'Ik ben gek. Ik ga binnen geen bladeren rapen, dat doe ik buiten al.' (Q. wil gewoon geen modderfiguur slaan bij een onbekend spel in de aanwezigheid van zoveel mensen.)

Al die nieuwigheden en opwinding op de vroege avond waren hem teveel. Bedtijd. Familie, verzorgers en bewoners bleven gezellig bijpraten. Vanuit de zaal zagen we Q. met een scheef oog aan het einde van de gang naar mij 'nu naar huis' zien gebaren. Dat was geen verrassing.

zaterdag 20 januari 2018

MASKER


De ruiten in het Zorghuis ogen steeds vrolijker door de alsmaar groeiende verzameling gele, groene en rode noppen die wordt aangebracht door activiteitenbegeleidster L.. Om het vasteloavend plaatje compleet te maken worden er bonte mombakkessen opgehangen. Q. krijgt een vochtinbrengend mannenmaskertje van Dr. Tadlea (met dank aan mijn schoonheidsspecialiste Rianne). Pappi, wiens handen ik in de mijne gevangen houd zodat hij niets van de gelei verwijdert, frazelt aan een stuk door  van de hak op de tak springend. De radio moet uit om hem aandachtig te volgen. Het kwartier zit erop en zijn gezicht wordt met een hete doek afgenomen. Een weldadig crèmepje op de nu zachte rozige huid en hij is weer als nieuw.

Het wordt een middagje liefhebberen op zijn kamer - vroeger waren mijn ouders altijd in de weer om ons stulpje nog gezelliger te maken: de eetkamer en de zitkamer verwisselen, meubels verplaatsen, decoreren, timmeren en knutselen. Het Indische koppeltje doffe messing salamanders die er tegen de schouw kropen, wachten hier in de kast nog steeds op een poetsbeurt. 'Zullen we ze tegen de muur laten kruipen om ontsierende gaatjes te bedekken, van poetsen komt toch niets', opper ik. Q. is voor en gaat met draad, spijkers en schroeven in de weer. Het duurt even voordat hij ze natuurlijk vindt hangen. Zijn blik glijdt van de salamanders naar mij: 'Van deze kant lijk je precies ons moed.' 'Ik mag hopen dat je oma bedoelt toen ze jong was?' vis ik naar een complimentje. Q. lacht plagerig en veelzeggend. 'Pas op, biezemenneke', krijgt hij een plaagstootje terug. 


Q. wordt nog complimenteuzer: 'Ik heb een nieuw scheerapparaat nodig.' 'Ik bestel morgen  een nieuwe voor je.'  'Eh, lief bedoeld, maar ik heb liever dat Wim dat doet. Die heeft daar als man meer verstand van', wimpelt Q. mijn aanbod af. Oowkee. Het plastic schaaltje met een hapje mooi opgemaakte weemoed (hors d'-oeuvre volgens familierecept) heeft hij de hele middag met kleine duwtjes steeds verder van zich afgeschoven. It doesn't ring a bell bij hem en ik merk dat hij erdoor in verlegenheid wordt gebracht en niet weet wat hij met de situatie aanmoet. Als ik hem voordat ik ga, vraag of hij wil proeven van vervlogen tijden waar ik er erg mijn best op heb gedaan, dist hij op: 'Wij eten hier van borden.' Om een ontmaskering voor te zijn, duwt hij mij onhandig door de deur de gang op: 'Het was een heerlijke middag, schat. Maar je moet echt naar huis. Kus!'

dinsdag 16 januari 2018

VERGEET-MIJ-NIETJE


Het Vergeet-mij-niet-speldje van Alzheimer Nederland staat symbool voor een toekomst zonder dementie. Door het te dragen laat je zien dat we mensen met dementie en hun naasten niet vergeten. Tegelijkertijd draag je bij aan de bewustwording rondom de ziekte en de hoop op een oplossing. Een zilveren hangertje kost 15 euro. De pins zijn 1 euro per stuk. Per adres kan 1 gratis speldje worden besteld. Doe mee en klik op: Alzheimer Nederland

maandag 8 januari 2018

ZEEMANSLIEDEREN


Volgens verpleegkundige G. verkeert Q. in de veronderstelling dat we naar een mariniersbijeenkomst gaan. Pappi zit bijna klaar: schoenen aan, singlet in de pantalon, baret op. De bovenkleding laat hij aan mij over. In een nieuw jasje-dasje gestoken kan hij op sjiek mee voor een middagje meezingen in 't Zaelke. Ik ben iets verlaat, wat pappi juist fijn vindt: 'Dan zijn we niet de eersten en kunnen we achterin aansluiten.' Die vlieger gaat niet op. De zaal zit tot de nok gevuld en alleen pal vooraan zijn nog twee zetels vrij. 

Shantygroep de Maashave brengt zeemansliederen ten gehore van over de hele wereld. Ik herken de melodieën als jeugdsentiment uit de bandrecordertijd. Q. zingt alle teksten uit het verre verleden feilloos mee. Hij vertrouwt me toe als ik 'm daarmee complimenteer: 'Als ik het niet meer precies weet, maak ik er een mama appelsap van. Zo veranderen woelige baren, heimwee en exotische meisjes, ineens in rode kool en in de Gloria. In de pauze geven we de shantymannen pluimpjes voor de fantastische show. Het optreden is zeer divers, professioneel en alleen al de dirigente/blokfluitiste Hanne Marie Janse die de zeemannen strak onder controle heeft, is het beluisteren en bezien waard. 

Ik heb een verzoekje: Jungen komm bald wieder dat ik mijn moeder (denkend aan haar zoon) nog hartstochtelijk hoor zingen achter de bar in de keuken op de Racinestraat tijdens de afwas. Omdat ik (toevallig) een gestreepte matrozentrui draag, wordt mijn verzoek gehonoreerd. Tijdens de uitvoering daarvan pink ik een melancholiek traantje weg, en gaat de hele zaal met senioren uit zijn dak. Als tot slot Het kleine cafe aan de haven en Geneet van het laeve klinken kan het muziekfestijn niet meer stuk. Q. (helemaal terug in de tijd) neuriet, klapt, zwaait met zijn armen, tapt met zijn rechtervoet op de maat mee, sjoenkelt, zingt de longen uit zijn lijf en roept na het laatste nummer: 'Prima kassie!*' Het publiek bedankt de groep met applaus. Er kan nog nageborreld worden (met lekkere bitterballen in bamboe schuitjes) , maar pappi die zoals altijd als hij ergens anders is, tig keer aangeeft dat hij te laat komt voor het eten, wil naar huis. Een uur later. Pappi klaagt over lamme armen: 'Waar zou dat nou van komen? Ik ben vandaag niet eens buiten geweest!'
* Terima kasih betekent dankjewel in het Indonesisch

zondag 7 januari 2018

HUIZE VOORZORG


Ik heb niets om op te schrijven, rommelt pappi. 'Kijk eens goed in de brievenstandaard', wijs ik. Q. staat met een A5 en een A6 notitieblokje en een gelinieerd schrift in de handen en gooit het op de salontafel. 'Hier heb ik niets aan. Ik bedoel viltjes voor kleine dingetjes die ik niet moet vergeten.' Zolang als ik het me kan herinneren, gebruikt Q. bierviltjes voor korte boodschappen. Bij cafébezoek druk ik er altijd een paar achterover, maar hoog ligt de frequentie niet en pappi is een veelschrijver, vandaar de schaarste. Overbuurman M. maakt pappi reuzeblij met een fikse voorraad waarvan ik de helft opzij zet als reserve.

We gaan samen op stap. Q. zoekt zijn spullen bij elkaar: hoed, sjaal, jas, portemonnee, sleutels. 'Kunnen we?' vraag ik met de klink in de deur en een opvlieger op komst. Q. betast alle zakken in zijn jas en broek: 'Nee, ik heb geen adres bij me.' Hij pakt een viltje, pent met krachtige blokletters zijn naam, Huize Voorzorg kamer 3, en vraagt me de straatnaam en het huisnummer. Ik monkel. Q. trekt zijn wenkbrauwen op. Ik leg hem uit dat Huize Voorzorg een spitsvondige parodie is op de werkelijke naam: het Zorghuis. Q. gniffelt. Wat ik niet met hem deel is dat mijn moeder in de maanden voor haar dood alle zakken in haar kleding voorzag van het adresetiket van de Troskompas, terwijl ze never nooit zonder pap de deur uitging. Pas na haar onverwachte overlijden, vond ik bij het inpakken van haar garderobe de papiertjes die ze uit voorzorg in elke zak, hoe klein ook, had gestoken. Best wel een schok om achteraf te beseffen dat ze voorzorgsmaatregelen had genomen om niet verloren te raken. Zou zij (wel) voorvoeld hebben dat ze tegen de dood aanleunde?


vrijdag 5 januari 2018

KIENEN

De jaarlijkse kerstbingo werd door het vele bezoek (fijn!) verschoven naar de eerste woensdag van het nieuwe jaar. Q. heeft in zijn vroegere voorzittersleven ontelbare malen de nummers afgeroepen tijdens kienmiddagen in het lokaaltje van de door hem opgerichte SSS (Spoorweg Sportvereniging Susteren). Nu begrijpt hij niet eens meer wat met 'kienen' bedoeld wordt. Hij weigert mee te gaan naar de zaal. Na volle bladzijden uit het smoesjesboek kom ik erachter dat het gêne is. Ik verzeker hem dat hij gewoon bingospeler is en ik ongezien meehelp. Pappi grist de volle fles Bree uit de kast (zet hem nog net niet aan de mond), slaat een glas wijn voor moed achterover, en kleedt zich om.

Bij het zien van de kienkaarten begint het te dagen. Hij weet heel gedetailleerd te vertellen dat we vroeger hardboard plankjes met daarop geplakte kaarten en doorzichtige plastic fiches gebruikten die hij zelf thuis per stuk met de hand sloeg voor de hele club. Het rad was een door mijn moeder gestikte kobaltblauwe zak met houten schijfjes met rode cijfers erop waar telkens zijn hand in verdween voor een nieuw nummer, totdat iemand 'Kien!' riep.


fiches werden bewaard in Strepsils blikjes

Drie tafels zitten er klaar voor: twee met kieners en een met omroepster T. die na drie rondjes al schor wordt van het herhaaldelijk en zeer luid uitspreken van het getrokken nummer. Verzorgsters en vrijwilligers zitten een beetje verdeeld tussen de bewoners; zo kunnen we meekijken, aanwijzen en nogmaals het getrokken nummer echoën. Q. die eigenlijk niet mee wilde, heeft als eerste een rijtje vol, als eerste twee rijtjes vol en als we goed opgelet hadden ook de volle kaart. Maar dat zou gênant geworden zijn, want het is de bedoeling dat iedereen een prijs wint. Blij met zijn Axe-maakt-mannen-onweerstaanbaar-aftershave en lila doos Milka hartjes wil Q. het al voor gezien houden. 'He, hallo, doe effe sociaal', trek ik hem lachend aan de zijn mouw terug in de stoel, 'je kan niet weglopen omdat je de buit binnenhebt. Kijk maar mee bij meneer S. naast je.' 

We zitten in de lucky hoek, want de volgende winnaar is meneer S. en daarna mijn buurvrouw. Anderhalf uur wordt er vlijtig afgestreept, wordt er 'zit er al iemand op scherp' geroepen en wordt er 'verdikkeme, ik moest er nog één' gepreveld. Na afloop verruilen de roze plaid en de etagère voor bonbons van eigenaar; everybody happy

Pappi krijgt de door meneer S. gewonnen zwarte schoenpoets in de handen gedrukt, omdat deze enkel beige suède sportschoeisel draagt. T. zegt dat het sponsje super de luxe werkt. Pappi doet meteen zijn klompen uit. In no time glimmen ze. Dat willen de dames ook wel. 'Ik ben geen schoenenpoetser', zegt pappi. Tegen mij: 'Doe jij het maar, jij bent toch mijn hulpje.' En zo kwam het dat ik op de eerste woensdag van 2018 Jenny, Gabor en Pikolinoos liet shinen.

De ochtend erop was Q. gul met de Axe, benieuwd of hij aantrekkelijk(er) zou zijn. Ik weet zeker dat de verzorgsters de mythe van het Axe effect in stand hebben gehouden.

donderdag 4 januari 2018

KOERSBALLEN


Het gevoel verbonden te zijn met anderen is heel belangrijk. We hebben vrienden nodig om ons het gevoel te geven, ingebed te zijn. Het sociale vangnet hoeft niet per se te bestaan uit hechte vriendschappen, goede kennissen zijn even waardevol als contact. Mensen die neerslachtig of depressief en eenzaam zijn, voelen zich leeg. Q. is niet alleen, maar heeft het gevoel dat hij, naast mij (en oké de schatten van verzorgsters m/v), niemand om hem heen heeft - dat laatste is inherent aan het ouder worden.

Pappi zit soms in de ontkenningsfase. Helemaal niet erg als dementie voor hem geregeld een ver-van-mijn-bedshow is, maar de werkelijkheid is helaas anders. Om hem tegemoet te komen (zeker met deze regenachtige winter), zoek ik ook vertier voor hem buiten het Zorghuis om waar hij 'normale' mensen kan ontmoeten.

Ik meld hem aan bij een ouderenbond in het buurtschap waar hij woont. Na de situatie te hebben uitgelegd mag ik mee als chaperonne. Zo belanden we bij een workshop koersballen: een seniorensport die nog best ingewikkeld is. Pappi heeft wat tijd nodig om te acclimatiseren en wil na vijf minuten weg omdat hij zich onzeker voelt: 'Ik blijf hier niet te lang. Waar zijn we? Moet ik niet eten? Hoe zijn wij hier gekomen? Wie past er op ons huis? Waar zijn mijn sleutels? Heb ik genoeg geld bij me, et cetera ...' Dan komen er koffie, thee en Marokkaanse chocoladesoesjes op de proppen. Q. is helemaal in zijn hum.

Wij aspiranten voelen ons welkom en het gaat er ontspannen aan toe. Q. ziet mij grappen en grollen tegen de amicale deelnemers en komt langzaam los. 'Jullie mogen terugkomen', zegt een van hen na afloop. Q.: 'Dat ligt eraan. Ik weet nog niet of ik in T. ga wonen!' Ik knik dat we de volgende keer weer van de partij zijn. Buiten pakt pappi mijn hand vast om de weg oversteken: 'Links, rechts, links kijken en wachten tot er geen verkeer meer is, meid.' (Ik voel me vijf en veilig achterop bij vader op de fiets*) Pappi overhandig ik op zijn thuisadres aan begeleidster L. Zij houdt hem in de gaten: 'nieuw ingevoerde data' kan voor ontsteltenis zorgen.

Twee uur later zit ik thuis achter een dampend bord. Q. belt: 'Heb je nog nieuws? Ik ben al de hele dag alleen. Ik heb niemand gezien.' Ik doe uitgebreid verslag van ons uitstapje. 'Dat klinkt leuk, zoals hij het vertelt', zeg pappi. Q. gelooft mij, maar kan er met zijn volle verstand niet bij dat hij daar niets meer van afweet.

*Paul van Vliet:
Veilig achterop bij vader op de fiets
Vader weet de weg en ik weet nog van niets
Veilig achterop, ik ben niet alleen
Vader weet de weg, vader weet waarheen