donderdag 29 maart 2018

KOPZORGEN


We wandelen de zonnige tuin in. Een van de terugkerende thema's is geld of beter gezegd: vermeend geldgebrek. Pappi vergeet keer op keer dat hij een lopende rekening heeft en een (virtueel) gevuld spaarvarkenRegelmatig twijfelt hij of hij zijn verblijf kan betalen en hoe dat met eten moet: 'Ik heb niets in huis. Ik heb geeneens een koelkast.' Elke keer verzeker ik hem dat hij zich geen kopzorgen hoeft te maken en dat alles betaald is. Honger hoeft hij niet te lijden, want voor zijn natje en droogje wordt gezorgd. 

'Maar wie betaalt dat dan? Ik zie nooit contanten en een spaarbankboekje heb ik ook niet. Ik krijg er hoofdpijn van', zucht hij. 'De Boerenleenbank', doe ik een poging. 'Je bedoelt de Rabobank', weet hij te vertellen. Juist ja, (dat weet hij dan wel) van daaruit betaalt de computer alles. 'Ik snap het niet. Echt niet', pappi doet zijn pet af en krabt zich op zijn kruin. 'Maar weinig mensen begrijpen computers. Je hoeft je geen zorgen te maken, ik regel alles. Dat weet je toch?' vraag ik. 'Ja, daar ben ik zo blij mee, want ik zou echt niet weten hoe het dan moet ', slaakt hij nog maar eens een zucht.

Pappi sleept zich voort. Hij is moe, moe. Beweging en afleiding zijn goed voor hem, anders gaat zijn conditie verder achteruit. Ik reik hem de schoffel aan, zelf neem ik de hark. Na een perk buigt hij achterwaarts: 'Ik voel mijn rug en ik ben moe.' Hij illustreert het door nogmaals achterover te leunen. 'Dan scheiden we ermee uit en gaan we banken met een kop thee', zeg ik resoluut. 'Maar heb ik dan voldoende bij elkaar geharkt om alles te kunnen betalen', vraagt hij. 'Ach lieve schat, je hebt AOW en een pensioen van het Spoortje. Bijbeunen is niet aan de orde. In de tuin bezig zijn doe je voor je plezier.' Pappi: 'Dus iemand die luiwammest, verdient hetzelfde als ik?' 'Dat klopt', lach ik. 'Dan leg ik het bijltje er nu bij neer', pappi overhandigt me demonstratief de schoffel. Hem lichtjes op de hak nemend: 'Wat ga je dan doen met al die vrije tijd?' 'Me vervelen en stijf worden', lacht hij. Ik: 'Dus ...?'