maandag 30 april 2018

ROOSKLEURIG



'De valse loten aan de rozen moeten gesnoeid', oordeelt de Witte Dame terecht. In de aanslag met een schaar wordt ze bijna bruusk door de tuinman weggeduwd, ondanks dat deze aan kracht heeft ingeboet. Ze klampt me erover aan. 'Ik zal hem op zijn onwellevendheid aanspreken', garandeer ik haar. Van meerdere mensen krijg ik te horen dat de tuinman langzamer loopt en dat zijn spraak achteruitgaat. Hij daast daarbij ook nog eens. Pappi bloeide op door de intrek in het Zorghuis, maar de ouderdom beginnen te tellen. Zijn hoogtijdagen brokkelen af. Stukje bij beetje levert hij aan kwaliteit in en dat kan hij moeilijk verkroppen. Zo ontkent hij bij hoog en laag dat hij anderen belemmert om te tuinieren: 'Ik sta de tuin zo af aan een ieder die onkruid wil wieden.' Mooi, want de jeune league de Witte Dame, Toet en mijnheer Demijne staan op de 'wachtlijst' als parttimer/invalkracht. Met de belofte dat hij een pilsje mag, lok ik hem mee het terras op. 'Zon, terras en een drankje zijn een heilige drie-eenheid', betoogt hij tevreden.


Tot mijn verbazing overhandigt hij gewillig zijn eigen tang aan de Witte Dame. Ze verkeert in dubio en draalt. 'Geen vuiltje aan de lucht', wijst mijn hoofd naar het kobaltblauw boven ons. Dat geeft de doorslag. Op haar hoede blijvend knipt ze in zijn bijzijn voortvarend de rozen. Hij maalt er niet om. De Witte Dame vindt bloemen en planten rustgevend, maar ze kletst ons openhartig de oren van het hoofd. Iedereen voelt zich op zijn gemak. Het was een florissante dag, constateert hij achteraf. Na het douchen, ziet hij vanuit zijn 'hotelkamer' rugzaktoeristen vertrekken. Het zijn de psw'ers die hun rugzakken en tassen omhangen. Pappi tegen mij: 'Hé, het jonge grut loopt naar de bus. Is de vakantie voorbij? Moet ik ook mee?' Ik: 'Je vindt het hier toch gezellig!' Pappi: 'Nou en of!' Ik: 'Dan boeken we gewoon bij!'