zondag 13 mei 2018

VERSTOPPERTJE




Weekend. Pufwolkjes. Zon. Frisjes en dan weer om te stikken. Mensen lopen in en uit. Net als in de lucht is het op de begane grond een rommeltje: je ziet me wel, je ziet me niet. Oponthoud door praterij. 'Net was het nog een drukte, en nu is er geen sterveling te zien. Alle kindjes zijn weg', zegt de op een stok steunende patron hogelijk verbaasd. Ik verzin dat er verstoppertje wordt gespeeld, voordat de paniek toeslaat. 'Och, wat leuk! Dus ze komen zo weer tevoorschijn?’ lacht de goedgeluimde √©minence grise in het vuistje. De volgens eigen zeggen 400-jarige heer weet niet hoezeer hij het bij het rechte eind heeft, wanneer hij weloverwogen zegt: 'Dan ga ik ze niet zoeken. Ze komen vanzelf terug.' Een mooie samenloop van omstandigheden als hij toedeloet. Zijn dochter en zoon (midzestigers) komen hem, zoals afgesproken, ophalen om de keel te gaan smeren bij zijn favoriete uitspanning. Hun vader verheugd naar zijn kinderen nijgend: 'Terecht. Daar zijn ze weer!' Zij, onwetend van onze dialoog, zijn door mijn mimiek meteen op de hoogte. Er wordt geen woord gewisseld over verstoppertje spelen. De cognac wacht.